SVEN FRITZ
NL, °1983
Website: www.svenfritz.nl
Gastrolieten, foto's, installatie, 2011
Op een struinende manier beweegt Sven Fritz (1983) door natuurlijke gebieden. In Nederland langs de slootkant, in Zweden door naaldbossen of door nog onbekende terreinen. Door daar nauwkeurig op impulsen te reageren wil hij kunnen isoleren wat precies zijn aandacht trekt. Die aandacht kan het begin zijn van een werk.
Het beeldend experiment dat daarop volgt heeft als doel die eerste impuls te benaderen. Dat moet uitnodigen om heel dichtbij zijn originele beleving te komen. Hij richt zich dan ook op de fysieke beleving van de toeschouwer.
Op 20 november 2011 toont Fritz het gastrolieten project. Hij toont 1088 foto’s van steentjes uit de maag van één vogel. De meeste plantenetende vogels eten deze steentjes om hun voedsel te kunnen vermalen. In de Verbeke Foundation is de inhoud te zien van steentjes uit de maag van een auerhoen (Tetrao urogallus). Dat is een grote bosvogel dat leeft in oude naaldwouden met rotsachtig terrein.
Op een wand van 40 meter toont hij elk maagsteentje afzonderlijk als een helder portret.
De steentjes van dit project komen uit een vogel die geschoten is door een bevriend jager. Zijn jachtgebied bevindt zich in de provincie Jämtland, in midden Zweden. Hij vertelde mij dat deze vogels altijd tussen de 900 en 1200 steentjes in een zogenaamde spiermaag hebben om knoppen en naalden van naaldbomen te kunnen vermalen. De spiermaag is een bolvormig orgaan wat bedekt is met een dikke laag spierweefsel. Na het opensnijden vond ik een mengsel van fris ruikende dennenknoppen en steentjes. Door het mengsel in water te doen kon ik de steentjes scheiden van de plantendelen. Er bleken 1088 steentjes in te zitten van verschillende formaten, kleuren en steensoorten. Na deze constatering heb ik het op deze eigenschappen gerangschikt. Hierdoor werd ik geprikkeld om elk steentje van heel dichtbij te bekijken. Door gebruik te maken van een techniek met een 1:5 lens ontdekte ik de grote onderlinge verschillen. Door alle steentjes op dezelfde wijze vast te leggen kon ik ze nauwkeurig vergelijken.
Ik kan nu constateren op welke geologische ondergrond het dier heeft geleefd. Ik kan concluderen dat het dier het liefst kwartssteen gebruikt om zijn eten te malen. (Deze blijven waarschijnlijk langer scherp dan de andere steensoorten.) Ook het verschil van gladheid valt op. De gladste stenen zullen het langst zijn gepolijst en de scherpste zullen pas kort in de maag zitten. Ik vraag me af of de vogel bewust bepaalde steensoorten uitkiest, en hoe hij zijn keuze maakt. Andere vogels hebben waarschijnlijk andere criteria voor hun maalstenen. In ieder geval blijkt dat zelfs in de organen van vogels bijzonderheden te vinden zijn.
Sven Fritz geeft met het gastrolieten project een inzicht waarmee hij de toeschouwer betrekt bij een voor hem nieuwe ontdekking. Zijn rol daarin bestaat vooral uit het ‘onderstrepen’ van datgene wat de moeite waard is om echt te bekijken.
Het resultaat daarvan is nu te zien op een lange wand in de Verbeke Foundation.
|