EDWIG VAN CAUTEREN
België
Sinds 1981 reist textielkunstenares Edwig Van Cauteren
geregeld naar verschillende gebieden aan de Noordpool. In
haar werk tracht ze haar ervaringen, beelden en gevoelens bij
de reis om te zetten in schetsen. Vervolgens werkt ze deze
tekeningen uit in verschillende media zoals ikatwandtapijten,
textiel in hars of installaties waarin soms materiaal van de
poolgebieden verwerkt wordt.
Polar Expeditions >
1. Hoe is uw interesse ontstaan voor de polen (oude fascinatie, lectuur, ontmoeting, documentaire)?
Via mijn man die onderzoek doet op het poolgebied.
2. Hoeveel reizen naar de polen heeft u reeds gemaakt?
Negen
3. Wanneer heeft u deze gemaakt?
1- East- and West-Greenland (Angmagssalik- en Søndre Strømfjord area). 26 mei - 11 juni 1981.
2- Edgeøya (Svalbard). Augustus 1984. Crossing of the island.
3- Devon Island (Canadian Arctic). 5 juli - 1 augustus 1987.
4- The Low Arctic: Cambridge Bay, Victoria Island (Nunavut, Canada).12-31 augustus 1992.
5- The Barrrow area ( High Arctic) and Nome area .Alaska. 12 juli - 6 augustus 1994
6- Spitsbergen, Brøggerhalvøya. juli 1997
7- Spitsbergen, Brøggerhalvøya. juli 2001
8- Qeqertarsuaq, Disko island (West-Greenland), 11 juli - 06 augustus 2002
9- Spitsbergen, Dickson Land. juli 2004
4. Hoelang bent u er gebleven?
Telkens enkele weken.
5. Bent u alleen vertrokken of in groep? Waarom?
Soms met mijn man samen met studenten. Meestal met mijn man alleen. Na één keer poolgebied voel je dat je nooit meer op dezelfde manier over de natuur denkt.
Dat wil je opnieuw beleven dus als de kans er is grijp je ze.
6. Wat voelde u tijdens uw reis/reizen?
Een grote intimiteit met het landschap.
7. Met welke uitdagingen werd u geconfronteerd?
Met het feit dat elementaire behoeften bevredigd moeten worden, als eten, drinken, wassen en onderdak. Toch wel soms angst voor de ijsbeer. Wilde rivieren overwaden en door natte toendra baggeren met rugzak vergen een grote inspanning. Los daarvan ben je vrij in je gedachten en leidt het landschap je .
8. Denkt u nog andere reizen te maken?
Als ik de kans heb naar het poolgebied te gaan twijfel ik niet. Ik wil dan wel in de tent verblijven zonder verder comfort.
9. Hebt u de aard van uw artistieke project op voorhand uitgedacht?
Mijn project is: ervaringen, beelden en gevoelens bij de reis omzetten in een nieuw beeld, waarbij ik het medium gebruik waarin ik werk, vroeger ikatwandtapijten, later textiel in hars en installaties waarin soms materiaal van ter plaatse voorkomt. Ter plaatse maak ik schetsen. Thuis wordt dit omgezet in het medium waarin ik werk.
10. Op welke manier wijzigde uw project door de voorwaarden van zijn realisatie?
Je hebt altijd praktische problemen. Je bent gebonden aan je technieken, eerst de weeftechniek (ikat) daarna gebruik van polyester waarbij je bijvoorbeeld de beperking hebt, niet in zeer grote vlakken te kunnen werken.
11. Hebt u ter plaatse contact gehad met wetenschappers? Op welke manier heeft deze ontmoeting uw werk beïnvloed?
Ik ben steeds geweest in het noordpoolgebied in gezelschap van mijn echtgenoot, die daar sinds 1978 polair wetenschappelijk onderzoek verricht. Ik heb hem daarbij ook geholpen in het veldwerk. Ook heb ik verbleven op twee wetenschappelijke stations. Ik heb dus mee helpen stalen verzamelen, metingen noteren, het systeem van wetenschap bedrijven leren begrijpen. Met iemand meegaan die relaties legt tussen Vlaanderen in de laatste ijstijd en het noordpoolgebied brengt je verder dan enkel naar de schoonheid van de natuur te kijken. Full time hierover kunnen nadenken is belangrijk.
Vanuit mij invalshoek heb ik een eigen benaderingswijze kunnen ontwikkelen, verrijkt met de fantastische bron van inspiratie die Louis is.
12. Ervaart u een zekere vorm van urgentie om te werken op de polen?
Het laatste bericht dat ik las (begin november 2009) was dat de Groenlandijskap zou gesmolten zijn in de zomer in 2015. Dat is beangstigend, als je de massa ijs ervaren hebt aan de rand van de ijskap van Groenland.
13. Bezit u specifieke documentatie van uw reis/reizen?
- Belangrijkst zijn mijn eigen schetsen en de foto’s die genomen zijn ter plaatse.
- De reizen komen aan bod in het volgende boek, geschreven door Louis Beyens. Het masker van de raaf. Leven in het Noordpoolgebied. uitgeverij Atlas (1997), en later ook in het Duits vertaald onder de titel: “ Arktische Passionen. Ein Reisebericht”, Verlag C.H. Beck (2000) en Deutscher Taschenbuch Verlag (2002).
- We hebben authentieke voorwerpen, vervaardigd door de Inuit.
In het algemeen en niet terugslaand op mijn eigen reizen beschikken we thuis over een “poolbibliotheek” van 593 werken.
14. Hoe hanteert u deze documentatie om nieuwe werken te creëren?
Bekijken, herlezen om opnieuw voor de geest te halen.
15. Denkt u dat er een esthetiek van de polen bestaat?
Ja, alleen al omdat al de andere schoonheid op aarde een ander referentiekader krijgt. De barre omstandigheden maken, wat er is, mooier. De emotie bij de ervaring wordt groter. De beleving is intenser.
16. Welk verband ziet u tussen de gebieden die u heeft ontdekt en hun toebehoren of niet-toebehoren aan naties/staten?
In dit verband moeten we eerste een onderscheid maken tussen de centrale noordelijke ijszee, dat internationaal gebied is, en de landen die deze zee omgeven, en die inderdaad toebehoren aan een bepaalde natie. Het hedendaagse toebehoren aan een bepaalde natie is het resultaat van een proces dat in de meeste gevallen valt onder de term kolonisatie. De oorspronkelijke bewoners van het poolgebied (o.a. de Inuit) zijn immers meestal “beschaafd “ door de blanke migranten in hun land. Bv. door de Denen in Groenland, door de Amerikanen/ Canadezen in de het westelijk noordpoolgebied, door de Russen in het Siberisch noordpoolgebied. Dit toe-eigenen van deze gebieden door de blanken is uiteraard gedreven door economische, militaire en ideologische belangen.
Zinvoller is het om na te denken over de relatie van deze gebieden, deze landschappen en hun autochtone bewoners. Het was de relatie tussen mensen die deel uitmaken van het landschap en er niet buiten staan zoals dit wel het geval is in de perceptie is van de westerse mens. Op die wijze is deze houding tevens een maatstaaf voor de houding van onze verre prehistorische jager-verzamelaar-visser voorouders ten opzichte van hun omgeving.
17. Hoe situeert u uw werk tegenover dat van andere kunstenaars die ook werken rond de polen?
Om te beginnen meen ik dat er bij mij sprake is van een uitgesproken continuïteit in mijn beleving en artistieke expressie van de poolwereld. Ik ben er immers gespreid over meer dan 20 jaar 9 keer geweest, en daarenboven op een heel intense manier, soms door het maken van langere trektochten zonder enige verbinden met de buitenwereld.
Ik hoop dat mijn werken kunnen ontroeren .
|
|