CAROLINE COOLEN
Bree (België) 1975
Caroline Coolen vergezelde in de zomer van 2007
expeditieleider Prof. Dr. Louis Beyens, onderzoeker naar
Polaire Ecologie aan de Universiteit Antwerpen naar
Spitsbergen aan de Noordpool. Ter plekke maakte Coolen
voornamelijk schetsen. Deze tekeningen gebruikte ze
vervolgens gedurende een residentieverblijf in het Europees
Keramisch Werkcentrum te ’s-Hertogenbosch, waar ze –
geïnspireerd door de mogelijkheden van keramiek – de
sculpturen rond Spitsbergen ontwikkelde.
Polar Expeditions >
Met de steun van Universiteit Antwerpen.

1. Hoe is uw interesse ontstaan voor de polen (oude fascinatie, lectuur, ontmoeting, documentaire)?
Ik werd uitgenodigd door de Universiteit Antwerpen om als kunstenaar mee op expeditie te gaan naar Spitsbergen. Inzet was kunst en wetenschap: dialoog en confrontatie in het noordpoolgebied met als centraal gegeven het landschap
2. Hoeveel reizen naar de polen heeft u reeds gemaakt?
Een
3. Wanneer heeft u deze gemaakt?
Juli-augustus 2007
4. Hoelang bent u er gebleven?
2 weken
5. Bent u alleen vertrokken of in groep? Waarom?
In groep, een expeditie met kunstenars en wetenschappers.
Dat was de opzet van de expeditie.
6. Wat voelde u tijdens uw reis/reizen?
Ik voelde me klein en onbenullig in een overweldigend, eeuwenoud landschap
Maar tevens ook geprivilegeerd om er te mogen zijn.
Het relativeert heel veel.
Wel raar dat je er gewoon heen kan vliegen.
7. Met welke uitdagingen werd u geconfronteerd?
Het landschap vatten zowel mentaal als concreet in tekeningen.
Er moest onder andere snel gewerkt worden omwille van de weersomstandigheden en het snel veranderende licht. Het proberen slapen in volle licht en met veel lawaai van vogels en veel wind, op wacht staan voor ijsberen, …
8. Denkt u nog andere reizen te maken?
Als de gelegenheid zich voor doet, het was erg inspirerend en ik kon werkelijk aan de slag met de situatie.
9. Hebt u de aard van uw artistieke project op voorhand uitgedacht?
Nee, ik wilde me laten verrassen, ik had wel schetsboeken bij om ideeën op te doen, maar het werd veeleer een verslag in de vorm van een tekendagboek.
10. Op welke manier wijzigde uw project door de voorwaarden van zijn realisatie?
Ik had geen vooropgesteld plan, dus ik kan niet van wijzigingen spreken.
11. Hebt u ter plaatse contact gehad met wetenschappers? Op welke manier heeft deze ontmoeting uw werk beïnvloed?
Ik werd omringd door enkele wetenschappers (biologen, geoloog) en enkele studenten wetenschappen. Ik heb het landschap beter leren kennen, niet enkel als indruk.
12. Ervaart u een zekere vorm van urgentie om te werken op de polen?
Ik ervaar vooral dat de mens er zoveel mogelijk moet wegblijven als men er niet moet zijn.
Het is een delicaat en broos landschap
13. Bezit u specifieke documentatie van uw reis/reizen?
Foto’s, tekeningen, hieromtrent is een publicatie verschenen
14. Hoe hanteert u deze documentatie om nieuwe werken te creëren?
Elementen hieruit worden beeldend verwerkt.
15. Denkt u dat er een esthetiek van de polen bestaat?
-
16. Welk verband ziet u tussen de gebieden die u heeft ontdekt en hun toebehoren of niet-toebehoren aan naties/staten?
-
17. Hoe situeert u uw werk tegenover dat van andere kunstenaars die ook werken rond de polen?
-
VIT<A>RTI >
|
|