
BRAM VREVEN1973 Gent (Be) VLOEI - FLOW Kadootjes noemt hij ze – de prachtige visuele effecten die de beweging van water over glas of kunststof veroorzaakt. Water dat als een vlies aan de binnenkant van een kunststof buis kleeft om vervolgens in brokken uit elkaar te vallen. Water dat in een draaiende buis strakke lijnen vormt, die keurig symmetrisch van buiten naar binnen lopen. Water tussen glasplaten dat door minimale kantelbewegingen verfijnde rimpeltjes produceert. In feite zijn het natuurkundige fenomenen, gebaseerd op adhesie en cohesie. Fenomenen die Bram Vreven op een louter artistieke manier toepast. Enige wetenschappelijk pretentie wijst hij van de hand, het gaat hem puur en alleen om de schoonheid van het beeld. Zijn fascinatie voor de visuele mogelijkheden van water kent vele bronnen. De keer dat hij in de trein met een bijna leeg spaflesje zat te spelen en zag hoe het water een moment lang patronen vormde aan de binnenkant van de fles voor het naar beneden liep. De keer dat hij een Spa-fabriek bezocht en werd gegrepen door ‘de tegenstelling tussen de speelse waterbeweging en de machinale perfectie’ bij het vullen van de flessen. Of de keer dat hij zijn installatie achtenveertig communicerende vaten (die gaat over het slurpende geluid van water dat van de ene pot naar de andere wordt overgeheveld) aan het afbreken was, 48 glazen potten water op een karretje wegreed en tot zijn verrassing zag hoe het water alle kanten opklotste, maar wel 48 keer in precies dezelfde richting. Bij al deze ervaringen speelde het licht een essentiële rol: een streep zonlicht die de prachtigste glinsteringen teweeg bracht of een lichtval die de reflecties van het water scherp uitvergrootte. Het zijn deze ‘vondsten’ die Bram Vreven in de serie Vloei heeft uitgewerkt. Vloei I bestaat uit 24 plexiglas buizen die in horizontale positie achter elkaar geplaatst staan. De buizen, die ieder door een afzonderlijk motortje worden aangestuurd, draaien om hun eigen as zodat het water in de buis als het ware wordt gecentrifugeerd. Afhankelijk van de snelheid waarmee de buizen draaien verandert de aard van de visuele patronen. Hoe langzamer de rotatie, hoe groter de rol van de zwaartekracht. Op hoge snelheid wordt het water daarentegen bijna onzichtbaar omdat het met zoveel kracht tegen de buiswand wordt gedrukt. Op het multiplex onderstel waar de buizen op zijn bevestigd ontstaat een intrigerend schaduwspel van reflecties. Vloei II bestaat uit 25 dubbele glasplaten van een vierkante meter met daartussen een beetje water. De glasplaten steunen op een (omgekeerde) piramide-achtige vorm waardoor het water alle kanten op kan stromen. Door het hellen van de glasplaten ontstaan vloeipatronen in vele variaties. Soms een golf die in kleine rimpels oplost. Dan weer fijne golfjes die in een grote beweging verdwijnen. Of een vloeipatroon dat door een zijwaartse beweging wordt verstoord. Terwijl de glasplaten zachtjes heen en weer kantelen vormen zich de meest verrassende rimpelingen en routes. Vloei III bestaat uit 24 plexiglas buizen die aan de muur zijn bevestigd en om hun centrum-as draaien. Ook hier doen zich afhankelijk van de draaisnelheid verschillende effecten in de buis voor, waarbij soms de krachten tussen de waterdeeltjes onderling sterker zijn, dan weer die tussen water en glas. Als een buis bijvoorbeeld één keer razendsnel om zijn as draait, blijft het water aan de glaswand kleven en vormt het een vlies dat op een grillige wijze in stukken breekt. Voor alle drie deze installaties geldt dat zich beweging op micro- en op macro-niveau voordoet. Het micro-niveau betreft het spel van het water zelf. Het macro-niveau betreft de manier waarop de buizen en platen ten opzichte van elkaar bewegen en, in de termen van Bram Vreven, een ‘choreografie’ vormen. Door bijvoorbeeld met kleine faseverschillen te werken ontstaan ook tussen de buizen vloeiende patronen. En vooral bij Vloei III zijn grillige tegenbewegingen mogelijk. Een van de onderliggende kwesties bij de Vloei-serie (en ook bij andere installaties uit het oeuvre van Vreven) is de vraag in hoeverre bewegingen reproduceerbaar zijn. Het mag duidelijk zijn dat wanneer je met de hand een waterflesje heen en weer beweegt het onmogelijk is om een volkomen identieke beweging te creëeren. Vandaar dat het werk van Vreven gemechaniseerd is en dat hij altijd met grote aantallen elementen werkt om het streven naar synchroniteit zichtbaar te maken. Maar zelfs een computergestuurd mechaniek slaagt er niet in om een beweging honderd procent identiek te reproduceren. Het is een kwestie die hem al van kindsaf aan bezighoudt. Hij vertelt hoe hij als klein jongetje ooit een felle discussie voerde over de wikkeltjes die om Bazooka-kauwgom was gevouwen (‘die enorme blokken roze kauwgom waar je na vijf minuten kauwen stijve kaken van krijgt’). Op het wikkeltje was een plaatje afgedrukt dat als een nep-tattoo op de huid kon worden geplakt. Terwijl het vriendje in de veronderstelling verkeerde dat zij beiden hetzelfde plaatje hadden, hield Bram een heel betoog over de oneindige verschillen tussen beide wikkels, waaronder de verschillende manieren waarop de vezels in het papier waren verspreid en waarop dus de drukinkt door het papier werd opgenomen. Het is een observatie die direct raakt aan de huidige discussie over klonen. Maar terwijl de maatschappelijke discussie meestal gevoerd wordt over de wenselijkheid van klonen, vraagt Bram Vreven zich vooral af of de kloongedachte wel interessant is. Wat is de waarde van twee schapen die hun kop volkomen synchroon kunnen draaien? Is het niet eerder zo dat ‘identiek’ alleen maar kan samenvallen met zichzelf? In het werk van Vreven gaat het dan ook in wezen om de illusie van synchroniteit en de geleidelijke ondermijning daarvan. Of zoals hij het zelf formuleert: ‘Het idee van een reproduceerbare orde waar je als kunstenaar weer chaos overheen legt.’ Glasplaten die aanvankelijk parallel bewegen, maar geleidelijk langs elkaar heen gaan schuiven. Faseverschillen tussen ronddraaiende buizen. Water dat wild door buizen klotst. Terwijl Vreven aan de ene kant streeft naar een maximum aan orde (wat ook blijkt uit de uiterst perfectionistische vormgeving van zijn installaties), is hij aan de andere kant op zoek naar een uiterste aan chaos. Als kunstenaar opereert hij in het spanningsveld tussen deze twee extremen. Dat is een zoektocht die zich in concreto afspeelt in de computer die de kunstwerken aanstuurt. Simpel gezegd gaat het om de manier waarop de afzonderlijke motortjes worden geprogrammeerd. De mogelijkheden die de drie installaties in zich bergen beschouwt Vreven als een ‘alfabet’: letters die hij combineert tot woorden en zinnen. De vraag die zich tenslotte opdringt, luidt: hebben deze kunstwerken nog wel iets met muziek te maken? Begonnen als geluidskunstenaar met een grote belangstelling voor de visuele kracht van zijn installaties, lijkt het werk van Vreven zich langzaam richting beeldende kunst te begeven. Het is een kwestie die Vreven zelf eigenlijk niet interesseert, maar desgevraagd maakt hij graag de vergelijking met een dansstuk waarbij geen muziek klinkt: kijkend naar de choreografie hoor je de muziek innerlijk wel degelijk. Zo bewegen zijn installaties ook op een door en door muzikale manier. En onderschat niet de poëzie van een klein klotsje water. Ook een kadootje. VISION IN MOTION - MOTION IN VISION > |
Flow I - Bram Vreven
FLOW II - Bram Vreven
FLOW III - Bram Vreven |